Groentevak leuk?

Groentevak leuk?

18 juli 2019
Column Peter Selie

Eind jaren ’70 van de vorige eeuw kregen mijn echtgenote en ik de vraag of we de groentewinkel van mijn schoonvader wilden overnemen. Mijn echtgenote was al jaren actief in de groentewereld, voor mij was het nieuw. Ik zag schoonpa altijd ‘buffelen’ en samen met schoonma was hij iedere dag druk met ‘het fruitcentrum’ van ons dorp. Inkopen bij lokale telers en op de veiling, rauwkost snijden (toen al), boodschappen bezorgen en naar de groothandel voor potjes Hak, diepvries en andere producten waar de klant om vroeg. Dit ging zelfs tot schoenpoets, tandpasta en paperclips aan toe. De winkel werd een plaatselijke buurtsuper. Zonder dat de term al bestond voerden mijn schoonouders al ‘blurring’ door in de winkel tot in het extreme.

“Willen jullie de zaak overnemen?”

Toen die vraag kwam moesten we er wel even over nadenken. De stelling van mijn schoonpa “Er is een goede boterham te verdienen dat hebben we al sinds 1953 bewezen. Je moet wel hard werken en het de klant naar de zin maken.” Ik ging eerst maar eens ‘stage’ lopen in de winkel, want ik kwam niet uit de groentewereld. Na enkele weken kwam de passie als vanzelf. Het groentevak was echt leuk, maar als wij de zaak overnemen gaan er wel dingen veranderen. Alle randzaken werden gesaneerd. Schoonpa zag het met lede ogen aan. De vaste klanten moesten wel even wennen. Er kwamen andere producten en een heuse koeltoonbank voor de lekkerste rauwkosten, gesneden groenten en geschilde aardappelen werden aangeschaft. Het kostte in het begin wat ‘oude’ klanten, maar we kregen er veel nieuwe klanten voor terug.

Medio jaren ’90 stopten veel veilingen. The Greenery kwam op en we moesten op zoek naar een betrouwbare grossier. Voor ons een grote stap. We hadden nu niet meer alles in eigen hand, dachten we. Toch pakte dat positief uit. De grossier werd een partner en samen werkten we aan de continuïteit en verbetering van onze winkel. We kregen tijd om te gaan koken, maaltijden te maken en voorzichtig bouwden we de winkel om tot een maaltijdwinkel met AGF als hoofdzaak. ‘Vers, Verser dan Vers’ was een leus van ons. We werden echt speciaal.

Derde generatie

Nu wordt de zaak gerund door onze kinderen. Dat was voor ons weer effe slikken. Ook wij zagen dat er nieuwe wetten kwamen met de nieuwe heren. Maar de levensles van schoonpa is nog steeds van toepassing, nu al drie generaties lang. We zien dat de kinderen de klanten verwennen, luisteren en een nieuwe visie ontwikkelen. Soms wat tegenslag, maar altijd de klanten centraal stellen en vooral de visie bewaken. Een gevoel van trots overheerst en ik durf nog steeds te stellen dat
‘ons’ groentevak meer dan leuk is!

Een groene, welgemeende gezonde groet

Peter Selie


Ben jij de volgende Peter Selie?

Heb je onze branche wat te vertellen, moet je iets van het hart, heb je een fantastische tip of advies dan hebben we hiervoor tegenwoordig een nieuw item voor in het ADN Magazine. Iedere uitgave willen we iemand anders de mogelijkheid bieden om zijn of haar mening, onder pseudoniem Peter Selie, te delen. We zijn op zoek naar ondernemers en medewerkers die kunnen prikkelen, enthousiasmeren of gewoon een goed verhaal hebben. Je bent daarin geheel vrij in het onderwerp of thema. Er worden slechts twee voorwaarden aan gesteld: het mag niet kwetsend zijn (op personen) en liefst opbouwend waar de leden wat mee kunnen. Interesse? Stuur dan je verhaal in naar peter.selie@agfdetailhandel.nl.